
Cristien Temmink van Stichting Lekkernassûh (Den Haag) is de winnaar van de Ab Harrewijn Prijs 2026 voor haar initiatief van eerlijke pop-up markten. De jury maakte dit bekend tijdens een bijeenkomst op 16 mei in de Pauluskerk in Rotterdam. De prijs bestaat uit een kunstwerk en een bedrag van 5.000 euro.
Lekkernassûh is een gemeenschap van vrijwilligers die elke week vier pop-up markten in Den Haag organiseren met lokale biologische groenten, kaas, eieren, brood en andere producten met een eerlijke prijs voor de producent en een toegankelijke prijs voor deelnemers. Het juryrapport: “De jury waardeert de manier waarop bij Lekkernassûh diverse maatschappelijke elementen bij elkaar komen. Doordat men via inzet van werkuren credits kan verdienen voor inkopen in de biologische winkel, vervalt de schroom die mensen vaak voelen bij de gang naar de voedselbank. Ongeacht de omvang van je beurs kun je bij Lekkernassûh inkopen doen.”
De overige vier genomineerden waren:
• Maria van den Hoogen van Voedseltuin (Boxtel). Voedseltuin Boxtel eO. kweekt sinds 2017 met een team van vrijwilligers het jaar rond biologisch verse groenten en klein fruit voor klanten van de Voedselbank in Boxtel, Sint‑Michielsgestel en Sint‑Oedenrode. Tegelijk biedt ze mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en taakgestraften kansen op sociale participatie.
• Familie Gul van de Stichting Little Boat (Delden). Stichting Little Boat is ontstaan vanuit jarenlange ervaring in humanitaire hulp, met name rondom migratie en integratie. De oprichters waren al lange tijd actief in het ondersteunen van vluchtelingen, het organiseren van programma’s en het bieden van praktische hulp.
• Mireille van den Berg van Stichting Het Witte Paard (Rotterdam). Het Witte Paard is een sociale onderneming in een van de armste wijken van Nederland. De culturele horecagelegenheid biedt leerwerkplekken en dagbesteding voor Rotterdammers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
• De grondleggers van het Mijnmuseum (Heerlen). Enkele gebouwen in de oostelijke mijnstreek zijn voor sloop gered en inmiddels is er sinds 2021 een Mijnmuseum en Mijnmonument. Bezoekers (zo’n 15.000 per jaar) worden rondgeleid door vrijwilligers, onder wie oud mijnwerkers bij wie het initiatief ooit begon.



